Een miljoen soorten worden momenteel met uitsterven bedreigd. Velen van hen zullen binnen enkele decennia net zo verdwenen zijn als de Tasmaanse tijger. Ik probeer me voor te stellen wat dat betekent, écht betekent: een miljoen soorten dieren, planten, algen, eencelligen. De voorstelling is tegelijk abstract in haar omvang en verpletterend concreet. Het gevaar van je iets proberen voor te stellen in de toekomst, met name iets wat in de toekomst verleden zal zijn, schuilt in de verradelijke werkwoordstijd: ‘zullen zijn uitgestorven’. Het futurum exactum of de voltooid tegenwoordig toekomende tijd drukt een gegeven uit dat op het moment van spreken onvoltrokken is, want het moet nog gebeuren, en tegelijk voldongen, want het zal zo zijn. De tijd trekt in twee richtingen. De ene richting vraagt daadkracht om van koers te veranderen, de andere richting maakt machteloos omdat de koers al vast lijkt te liggen. Op het nulpunt tussen die twee bewegingen lijkt de voorstelling van wat te gebeuren staat tot stilstand te komen, te verlammen. We kunnen het ons niet voorstellen, niet echt. Het gevaarlijkste aspect van de futurum exactum is misschien wel het hulpwerkwoord ‘zullen’. Het plaatst het verlies van soorten in de toekomst, wat de illusie creeërt dat er afstand is, dat er tijd is, maar het gebeurt nu.

– Een Vlam Tasmaanse Tijgers, verschijnt 1 oktober 2024 bij De Arbeiderspers